Openbaringen

Het laatste Bijbelboek, de Openbaringen van Johannes, is een van de mooiste boeken uit de Bijbel. Maar het is ook een van de moeilijkste boeken. Ik heb er studie van gemaakt, gesprekskringen over geleid en preken over gemaakt. Daarbij heb ik een korte inleiding gemaakt om een beetje thuis te raken in dat boek. Hierbij deze inleiding. In de internet versie zijn de plaatjes niet opgenomen en ook het laatste overzicht past er niet goed op.

Hij is ook in PDF te downloaden. Wel met plaatjes en een goed overzicht aan het einde. Klik hier

  

De Openbaring van Johannes

Korte inleiding en uitleg

Ds. Leo van Gog,

1. De schrijver van openbaringen

Wie is de schrijver van de Openbaring? Als het Johannes is, welke Johannes wordt dan bedoeld? Daarom eerst een kleine zoektocht naar de schrijver van het boek.

a. De gegevens uit het boek zelf

Openbaringen 1:1 dienstknecht Johannes

Openbaringen 1:4 Johannes

Openbaringen 1:9 Johannes, broeder en deelgenoot in de verdrukking.

Openbaringen 22:8 Johannes

 

b. Johannes de apostel

Een van de zonen van Zebedeus. Samen met zijn broer Jacobus en Petrus de meest ver­trouwde uit de discipelen rondom Jezus. In het Evangelie van Johannes wordt hij nooit genoemd, maar wel omschreven met: "de zonen van Zebedeus" of, zoals men later is gaan veronderstellen met “de discipel die Jezus liefhad”. Er is een traditie die zegt dat hij tot de tijd van keizer Trajanus (98-117) geleefd heeft in Efeze. Een latere traditie zegt dat hij samen met zijn broer als martelaar is gestorven.

 

c. De gegevens uit de kerkgeschiedenis

150 n. Chr.: Justinus en Clemens van Alexandrië veronderstellen dat het boek geschreven is door Johannes de Apostel.

260 n. Chr.: Dionysius van Alexandrië betwijfelt of het de Apostel is, op grond van het karakter en de manier van spreken die verschillen van het Evangelie van Johannes. (Dit bezwaar geldt vandaag de dag nog steeds). Hij denkt aan de "oudste Johannes uit Efeze" waar Pappias, bisschop van Hierapolis, melding van maakt.

De geschiedschrijver Eusebius (300 n. Chr.) maakt melding van 2 personen Johannes die beiden in Efeze verbleven en over twee grafmonumenten in Efeze met de naam van Johan­nes.

 

d. Resultaat

Het is niet zeker wie de schrijver is, het enige wat we weten is:

  • Het is iemand die zich op Patmos bevindt, waarschijnlijk als balling.

  • Hij is goed op de hoogte van de gemeenten in Azië.

  • Hij kent de geschiedenis van de Romeinse keizers en is goed thuis in de wereld van zijn dagen.

  • Hij weet als een uitstekend schriftgeleerde de weg in het OT en denkt zo Hebreeuws dat zijn Grieks soms pas duidelijk wordt door het in het Hebreeuws terug te vertalen.

  • Zijn naam boezemt gezag in.

 

2. De tijd van Johannes

a. Het Romeinse rijk

De Openbaring van Johannes is geschreven tegen het einde van de eerste eeuw. Het Ro­meinse rijk was op het toppunt van zijn macht. Het omvatte al het gebied rondom de Middel­landse zee.

 

Ook Palestina, dat in 66 voor Chr. door Pompeïus was be­zet, behoorde tot het Romein­se rijk. Keizer Augustus, die bij de geboorte van Jezus wordt genoemd in de Bijbel, was de eerste keizer. Hij leefde van 27 voor Chr. tot 14 na Chr.

De volgende keizers waren:

14-37 na Chr. Tiberius

37-41 na Chr. Gaius (Caligula)

41-54 na Chr. Claudius

54-68 na Chr. Nero

68-69 na Chr. Galba

69 na Chr. Otho/Vitellius

69-79 na Chr. Vespasianus

79-81 na Chr. Titus

81-96 na Chr. Domitianus

 

De vervolgingen van de Christenen door keizer Nero zijn algemeen bekend. Ook onder keizer Domitianus vonden er grote vervolgingen plaats. Het is waarschijnlijk dat Johannes tijdens het bewind van die keizer verbleef op het eiland Patmos, vlak voor de kust van Klein-Azië (Turkije). Hij was een belangrijk leider van de Christenen in Klein-Azië en schrijft aan de zeven gemeenten die hij kende en die gelegen waren dicht bij de kust, ter hoogte van het eiland Patmos. Blijkbaar was hij door zijn verkondiging van Christus gevaar­lijk voor het Romeinse rijk en werd hij verbannen of ging hij zelf uit veiligheidsoverwegingen naar Patmos.

 

Het Romeinse rijk wordt door Johannes nooit met name genoemd. We zullen merken dat Johannes in zijn boek het altijd indirect heeft over het Romeinse rijk. Indirect, dat wil zeggen, hij omschrijft de macht van Rome in beelden die voor een goede verstaander duidelijk waren. Ook andere wereldmachten, zoals de Parthen in het oosten, die een bedrei­ging vormden voor het Romeinse rijk, kunnen we terugvinden in de beschrijving van Johan­nes.

 

b. De stijl van Johannes

De Bijbel is een verzameling boeken die in de loop van vele eeuwen zijn geschreven. Ook zijn deze boeken geschreven met verschillende bedoelingen en door verschillende mensen. Het is dan ook geen wonder dat de boeken van de Bijbel van elkaar verschillen wat betreft de stijl. Zo zijn er historische boeken, poëtische boeken, verhalende boeken, boeken met regels en voorschriften enz.

 

De Openbaring van Johannes behoort ook tot een bepaald soort literatuur die bekend is uit die tijd: de APOCALYPTIEK (letterlijk vertaald ‘onthulling’). In het Jodendom beleeft deze Apocalyptiek haar bloeiperiode van de 2e eeuw voor Chr. tot de 2e eeuw na Chr. Maar ook al eerder in de oudtestamentische tijd vinden we stukken in deze stijl, b.v. Jes. 24-27; Jes. 65-66; Ez.37-48; Daniël 7; Zach.9-14 en Joël. Tijdens de bloeiperiode van de Apocalyptiek ontstond het boek Daniël. De Apocalyptiek is deels een voortzetting van de stijl van de profeten, maar voor een ander deel zijn er ook invloeden van buiten af, b.v. uit Perzië. De Apocalyptiek houdt van geheimzinnige allegorische beelden zoals dieren, volken en bergen. Daarnaast spelen getallen een grote rol. Ook wordt veel gewerkt met visioenen die onthullen wat een gewoon mens niet ziet. Het doel van de Apocalyptische literatuur was om in moeilijke tijden hoop te geven aan vrome mensen.

 

Deze Joodse wijze van schrijven heeft ook invloed gehad op de Christenen. We vinden Apocalyptische passages in het Nieuwe Testament, b.v. Matth. 24; Markus 13; Lucas 17:26vv, enz.

Het belangrijkste Apocalyptische geschrift in het Nieuwe Testament is de Openbaring van Johannes dat geheel in deze stijl is geschreven. Van de veelheid Apocalyptische literatuur die er bestaat kunnen we veel leren aangaande de uitleg van al die wonderlijke en soms onbegrijpelijke beelden.

 

3. De uitleg van het boek Openbaringen

In de loop van de geschiedenis zijn er heel wat manieren geweest om het boek Openbaringen uit te leggen. Hieron­der een viertal manieren van uitleg, zonder volledig te wil­len zijn.

 

a. Gebeurde geschiedenis

Deze uitleggers zien het boek Openbaringen als een beschrijving van de geschiedenis uit de tijd van Johannes. De dingen die Johannes in zijn tijd zelf heeft beleefd, heeft hij beschreven in moei­lijke en ingewikkelde beelden.

Inderdaad is het zo dat heel veel beschrijvingen van Johannes geplaatst kunnen worden in zijn tijd. Met name de beschrijvingen die te maken hebben met het Romeinse rijk zijn herkenbaar. Toch is met deze uitleg niet alles te verklaren. Johannes heeft ook verwach­tingen voor de toekomst, en die zijn natuurlijk nog niet in zijn tijd gebeurd.

b. Geschiedenis van de eindtijd

Is voor de onder a genoemde uitleggers álles al gebeurd wat Johannes beschrijft, voor hen die in Open­baringen de geschiedenis van de eindtijd zien is er nog níets gebeurd van wat Johannes beschrijft. Openbaringen is dan een aankondiging van wat er zal gebeuren met de wereld in de toekomst. Een soort spoorboekje of blauwdruk van de toekomstige geschiedenis.

Deze opvatting komen we nogal eens tegen bij allerlei sekten. Door de meeste exegeten van onze tijd wordt deze uitleg afgewezen.

 

c. Kerkhistorische uitleg

Deze uitleg van het boek Openbaringen wordt vooral gevonden in de middeleeuwen en ook later bij de reformatorische theologen. Het lijkt op uitleg b, maar dan helemaal betrokken op de kerk. Johannes zou volgens hen in de vorm van beelden een schets geven van de geschiedenis van de kerk, vanaf de tijd van Johannes tot aan het einde. Net als bij uitleg b heeft men dus het toekomstige programma van de kerk voor zich. Men kon precies zeggen hoever de geschiedenis van de kerk was gevorderd: "Vandaag zijn we in hoofdstuk zoveel, vers zoveel". Allerlei pausen en bisschoppen werden terugge­vonden in Openbaringen met wie het natuurlijk slecht afliep. De reformatoren zelf deden niet zo veel met het boek Openbaringen. Luther wilde Openbaringen aanvankelijk zelfs niet beschouwen als een deel van de Heilige Schrift. Dat Calvijn op alle Bijbelboeken een commentaar heeft geschreven, behalve op Openbaringen, zegt ook wel iets. Gelukkig treft men deze uitleg nog maar weinig aan.

 

d. Godsdienst-historische uitleg

In de vorige eeuw kwam de wetenschappelijke bestudering van de Bijbel pas goed op gang. Men ging de Bijbelse verhalen vergelijken met andere godsdiensten zoals het Jodendom, de Perzische en Babylonische godsdiensten. Men ontdekte dat allerlei voor­stellingen, met name uit Openbaringen, overeen komen met verhalen en mythen van andere godsdiensten. Dit noemt met de Godsdiensthistorische uitleg.

Inderdaad is het zo dat deze uitleg ons kan helpen de taal en de beelden van Openbaringen te verstaan. Vooral de bestudering van de apocalyptische literatuur van de Joden heeft veel bijgedragen tot het verstaan van de Openbaringen van Johannes. Maar alles is er niet mee te verklaren.

 

U zult merken dat in dit boekje uitleg a (gebeur­de geschiedenis) en uitleg d (godsdienst-histori­sche uitleg) het meeste door­klinken. We willen gaan begrijpen in welke tijd Johannes schrijft en waar hij het over heeft. Welke gebeurtenissen waren voor hem bedreigend en welke hoop put­te hij uit het feit dat hij Jezus Christus als Heer be­schouwde.

Deze uitleg wordt ook wel de kerugmatische uitleg genoemd: het gaat om het verstaan van de boodschap.

 

4. De structuur van het boek Openbaringen

Het is belangrijk te weten dat getallen in de Bijbel vaak een bepaalde betekenis hebben, die anders is dan het getal op zich. Zo is het getal 7 een belangrijk getal dat heel de Bijbel door, en vooral ook in Openbaringen, een aanduiding is van de volheid van Gods bestuur.

 

Johannes heeft zijn boek zo opgebouwd, dat het getal 7 de structuur van het boek aangeeft, het is als het ware het geraamte van het boek. Het bestaat uit 7 hoofddelen met daar­in ook weer allerlei onderverdelingen in 7 delen en deeltjes.

 

Johannes verkondigt dus niet alleen met woorden, maar ook met de structuur van het boek, dat Gods bestuur over de schep­ping zeker is. Hieronder een poging die knappe structuur van het boek in kaart te brengen.

 

Deel 1 INLEIDING EN ZEVEN BRIEVEN

Op.1 Inleiding

Op.2-3 Zeven brieven aan: Efeze, Smyrna, Pergamum, Thyatira, Sardes, Philadelphia, Laodicea.

 

Deel 2 DE OPEN HEMEL EN DE ZEVEN ZEGELS

Op.4 Geopende hemel: Het gaat niet buiten God om.

24 oudsten en 4 dieren.

Op.5 De boekrol met de 7 zegels door het Lam ontvangen.

Op.6-8:6 Opening van de 7 zegels

(Zie overzicht: 7 zegels - 7 bazuinen - 7 schalen, op pagina 16)

NB.: Het 7e zegel bestaat uit de 7 bazuinen.

 

Deel 3 DE ZEVEN BAZUINEN Op.8:6-11:19

(Zie overzicht: 7 zegels - 7 bazuinen - 7 schalen, op pagina 16)

NB.: De 7e bazuin bestaat uit de twee volgende delen:

  • De 7 visioenen over de vrouw, de draak, de beesten en het Lam.

  • De 7 schalen.

 

Deel 4 VROUW-BEESTEN-LAM; ZEVEN VISIOENEN Op.12-15

(beginnend met: Ik zag. Behalve de eerste waar staat: Er werd gezien)

  1. De vrouw en de draak 12:1-18

  1. Volk Israël brengt de verlosser voort die niet door de satan gepakt kan worden.

  2. Oorlog in de hemel. Daar is de strijd al beslist.

  3. Herhaling van a: De kerk is veilig, ondanks de slang.

  1. Het beest uit de zee 13:1-10

Op deze manier begint de draak de vernietigingsoorlog tegen de Christenen. De satan gebruikt het beest (=het Romeinse rijk) om te strijden. Het Romeinse rijk krijgt net als het Lam macht, troon en kracht, maar dan van de draak. Vanuit Klein-Azië gezien lag Rome in zee.

  1. Het beest uit de aarde 13:11-18

Dit is de propagandamachine die werkt voor de keizer. Het is een wolf in schaaps­kleren, in de gedaante van het Lam, maar spreekt als de draak. Het is de priesterschap die de keizercultus verzorgde, met name in Klein-Azië, en dat was voor de Christenen daar op het land.

  1. Het Lam en de vrijgekochten 14:1-5

Johannes ziet in de toekomst een eerste "lichting" (eerstelingen) mensen die door Jezus zijn gered omdat ze zich aan de waarheid (van het Lam) hebben vastgehouden.

  1. Aankondiging van het oordeel 14:6-13

3 engelen

  1. Oproep God de eer te geven en het Evangelie aan te nemen.

  2. De ondergang van Babylon(=Rome) voorzien (1 Petr.5:13).

  3. Meegesleept worden met de val van Babylon is het ergste wat een mens kan over­komen.

  1. De oogst 14:14-20

3 engelen halen de oogst binnen.

  1. Lied van de overwinnaars 15:1-4

Aankondiging van de 7 engelen met de 7 plagen (schalen).

Ingeleid door een hemelse liturgie (5-8).

 

Deel 5 DE ZEVEN SCHALEN

Op.16 De zeven schalen

(Zie overzicht: 7 zegels - 7 bazuinen - 7 schalen, op pagina 16)

NB.: De 7e schaal bestaat uit 7 visioenen over de val van Babylon.

Deel 6 DE GEVALLEN STAD; ZEVEN VISIOENEN Op.17-19:10

  1. De hoer op het Beest 17:1-6a

Dit Beest is hetzelfde als uit hoofdstuk 13, n.l. het Romeinse rijk.De hoer is Babylon, dat is de hoofdstad Rome.

  1. De uitleg van de hoer en het Beest 17:6b-18

Na de huidige keizer zal er nog een 8e komen, maar dan is het einde. Tien koningen van bondge­noten (tien horens), die nu nog oorlog voeren tegen het Lam, zullen zich dan tegen Rome keren.

  1. Een engel kondigt de val van Rome aan 18:1-3

Nog eens herhaling van Op.14:8 en de aankondiging dat met de val van Rome de hele luxe wereldhandel in elkaar valt.

  1. De val van Rome; vreugde in de hemel 18:4-20

Eerst de oproep om weg te trekken uit Rome, anders kom je met haar om. Dan drie groepen die met Rome te gronde gaan:

    1. De koningen der aarde: de vazalvorsten, de invloedssfeer van Rome.

    2. De kooplieden der aarde: de economisch van Rome afhankelijke landen. ( luxe goederen).

    3. De zeelieden: Zij vervoeren de macht van Rome en de luxe goederen.

Dat alles geeft vreugde in de hemel.

  1. De gevolgen van de val van Rome 18:21-24

Er wordt een molensteen in zee geworpen. Dit beeld is ontleend aan Jeremia 51:63-64. Als Rome gevallen is zal er geen cultuur, arbeid en handel meer zijn.

  1. Een lied op de val van Rome 19:1-5

Driemaal "halleluja" door grote schare, 24 oudsten en 4 dieren.

NB.: Het OT-Psalmwoord "halleluja" komt in het NT alleen voor in Op.19

  1. Het bruiloftslied van het Lam 19:6-10

Als de grote hoer (Rome) met haar minnaars (aanhangers) is gevallen, kan het zuivere huwelijk tussen het Lam (Christus) en zijn bruid (gemeente) tot een feest worden.

 

Deel 7 DE NIEUWE STAD; ZEVEN VISIOENEN Op. 19:11-22:5

  1. Woord van God heeft de vergoddelijkte keizer overwonnen 19:11-16

T/o het witte paard uit Op.6:2 (schijnbare overwinning van de macht van het verderf) hier de ware Verlosser op een wit paard.

  1. Beest en valse profeten overwonnen 19:17-21

Vogels eten de koningen op (vgl. Ez.39:17-20). Het beest en de koningen (Rome en aanhangers) voeren een verloren oorlog.

  1. De draak voor 1000 jaar gebonden 20:1-3

Na de val van het beest (Rome) wordt diens opdrachtgever (de draak) zijn plaats gewezen, n.l. in de afgrond die bij Op. 9:1 open ging.

  1. Het 1000 jarig rijk 20:4-6

Zoals de aanhangers van het beest worden meegesleept in zijn val, zo zullen de aanhangers van het Lam delen in de overwinning.

Intermezzo: 20:7-10

Ook de allerlaatste aanval van het kwaad eindigt in het vuur, waar ook Rome met zijn aan­hangers is.

  1. Het laatste oordeel 20:11-15

Ontleent aan Dan. 7:9-10. Johannes verwacht dat na de op handen zijnde val van Rome door de overwinning van het Lam, al het kwade verdwijnt en in eeuwigheid niets meer kan bederven.

  1. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde 21:1-8

Een wereld zonder Rome is een wereld zonder kwaad, dat is de hemel op aarde. Johannes sluit hierbij aan bij de Joodse en christelijke heilsverwachtingen.

  1. Het nieuwe Jeruzalem 21:9-22:5

Jeruzalem, dat verwoest was door Rome, ziet Johannes na de val van Rome worden als nooit tevoren, met paradijselijke trekken, als het centrum van de schepping.

Rome is gevallen; Leve Jeruzalem!!!

Slot 22:6-21 Dit is de waarheid:een gebruikelijk slotwoord bij de apocalyptische schrijvers.

5. Verzetsliteratuur

Het was een moeilijke tijd voor de Christenen. Een tijd van vervolgingen en aanvechtingen. In zulke tijden schrijven mensen geschriften zoals dat van Openbaringen. Wij kennen uit de oorlog ook verzetsliteratuur. Tot in onze dagen worden er uit landen waar onderdruk­king is geschriften gesmokkeld die een aanklacht zijn tegen de daar heersende onderdrukking en vervolgingen. De Joden en de Christenen deden dat ook al.

 

In de 2e eeuw voor Chr. dreigde in Israël de eigen cultuur, ja zelfs de Joodse godsdienst, overheerst te gaan worden door de Griekse cultuur. Er waren groepen (de Hellenisten) die de Joodse cultuur en godsdienst geheel wilden vervangen door de Griekse. Toen de Joden zich er tegen verzetten, braken er vervolgingen uit. In die tijd werd het boek Daniël geschre­ven. Dat boek vertoont veel overeenkomsten met het boek Openbaringen.

 

Ook Openbaringen werd geschreven in een tijd waarin er al een reeks vervolgingen aan de gang was. Eerst kregen de Christenen te maken met vervolgingen door de Joden. Stefanus werd gestenigd en Paulus vervolgde de gemeente. In die tijd was Rome voor de Christenen nog geen bedreiging.

Maar toen Rome in de gaten kreeg dat het Christendom er wilde zijn voor héél de wereld, kwamen de vervolgingen van de kant van Rome. Want de keizers van Rome werden gezien als heilbrengers (Heilanden!) voor de wereld. Zij werden vereerd als God en wie voor de keizers niet boog werd gezien als een vijand voor het menselijke geslacht.

 

In 64 na Chr. werden de Christenen in Rome hevig vervolgd door keizer Nero op de valse beschuldiging dat zij de stad in brand hadden gestoken. In 70 na Chr. werd door de Romei­nen Jeruzalem verwoest. En keizer Domitianus (81-96 na Chr.) staat bekend als een groot vervolger van de Christenen.

 

In die tijd schreef Johannes zijn boek Openbaringen en gebruikte daarvoor de stijl van de verzetsliteratuur. Zo kon het dienen tot troost en bemoedi­ging van de vervolgde gemeen­te.

 

6. Bijbels rekenen

In de Bijbel kunnen getallen een bijzondere betekenis hebben. Een getal kan symbolische waarde hebben, vergelijk bij ons het getal 13. In het boek Openbaringen hebben praktisch alle getallen een bepaalde betekenis.

 

Deze methode, om met getallen een boodschap door te geven, wordt de getallen symboliek genoemd. De schrijvers van de apocalyptische literatuur hebben dat overgenomen van de Babylonische astrologie.

Hieronder wat informatie over de betekenis van getallen.

 

Het getal 1

Dit is het getal van de éénheid. Er is maar één exemplaar van. God is één.

 

Het getal 3

Dit is het getal van de volheid van tijd. Het omvat heel de geschiedenis. Het heden, het verleden en de toekomst. Vergelijk Op. 1:4 en 8. (“die is en die was en die komt”)

 

Het getal 4

Net als het getal 3 geeft dit een volheid aan, nu niet van tijd maar van ruimte. Het geeft de kosmische ordening aan. Bij het getal vier moeten we denken aan alle plaatsen die er zijn in Gods schepping. Daaraan moeten we denken als er gesproken wordt van de vier hoeken der aarde of van de vier windstreken. Op. 7:1. (vier engelen).

 

Het getal 7

Nu gaan we wat rekenen met de getallen 3 en 4. Opgeteld krijgen we 7. Dat betekent: álle tijden en álle plaatsen. Het wijst op de volheid van Gods bestuur dat alle tijden en plaatsen omvat. Dit getal komt het meeste voor in Openbaringen. Ook de indeling van het boek bestaat uit 7 delen met ook heel vaak weer onderverdeeld in 7 kleinere onderdelen.

De helft van 7 is 3½. Dat geeft aan dat er géén sprake is van de volle tijden en alle plaatsen, maar een tijd van ellende, b.v. drie en een half jaar zoals dat omschreven staat in Op. 12:14: “een tijd en tijden en een halve tijd”.

Dat is 1+2+½ = 3½.

Andere omschrijvingen voor 3½ jaar zijn: 42 maanden (Op.11:2) en 1260 dagen (Op.11:3).

 

Het getal 12

Dit krijgen we als we 3 en 4 met elkaar vermenigvuldigen: álle plaatsen maal álle tijden. Net als 7 een vol getal, maar als vermenigvuldiging worden er meestal alle mensen mee bedoeld. B.v. de 12 apostelen, de 12 stammen van Israël, kortom het hele volk.

 

Het getal 1000

Dit is het getal van de veelheid die niet meer te tellen is. Dat gebruiken wij ook zo: "Ik heb het al duizend keer gezegd!". Duizend jaar is een periode die niemand kan overzien. Heel lang in elk geval.

 

Het getal 12.000

Dit krijgen we door de rekensom 3x4x1000. Alle tijden maal alle plaatsen en dat nog eens vermenigvuldigd met een ontelbaar getal. Dat is de afmeting van het nieuwe Jeruzalem, Op.21:16. Dat is dus groter dan we gedacht hadden!

 

Het getal 144.000

Daarvoor moeten we vermenigvuldigen 12x12x1000. Het volk van God in het kwadraat maal een ontelbaar getal. Dat is een schare die niemand tellen kan, Op.7:4. Dat zijn ook veel meer mensen dan sommigen denken.

 

7. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Johannes wil met zijn boek Openbaringen een boodschap doorgeven. Maar door de grote hoeveelheid symbolische taal en beelden ontgaat ons vaak deze boodschap. Daarom nu wat informatie over de symbolen. Een symbool (van het Griekse symballo = samenvoegen) is een ‘plaatsvervangend teken’ staat er in het woordenboek. Je ziet het symbool voor je, maar dat staat in de plaats voor iets anders, dat je er bij moet denken (samenvoegen) om te begrijpen wat je ziet. Je ziet het symbool, maar je ziet meer: je ziet wat er mee bedoeld wordt.

 

Het is niet de bedoeling om door het uitleggen van de symbolen de werkelijkheid van de boodschap te veranderen of te verminderen. Juist door niet letterlijk te lezen wat er staat maar te doorzien wat het symbool bedoelt zal de boodschap onthuld worden.

 

Laten we als voorbeeld één van de vele symbolen uit onze kerk nemen: de doop. Iemand die niets van het Christendom zou weten en in onze kerk het dopen van een kind zou zien, zou er niets van begrijpen. Hij ziet alleen dat er wat water op het hoofd wordt gesprenkeld. Wij zullen hem dan moeten uitleggen wat er achter zit, wat de symbolische betekenis van dat alles is.

Zo kunnen wij de Bijbel, en in het bijzonder het boek Openbaringen, beter begrijpen als wij weten wat er met de symbolische beschrijvingen wordt bedoeld.

 

Nog twee opmerkingen vooraf:

  1. Om het niet nog ingewikkelder te maken dan het al is, maken we geen onderscheid tussen OT, NT, Jodendom en Christendom.

  2. Sommige symbolen kunnen meer dan één betekenis hebben.

 

Symbolische getallen

Zie vorige hoofdstuk.

 

Symbolische letters en tekens

Een plus teken (+ of X) is het teken van Gods bescherming (Ez. 9:4; Op. 7:3), de X is ook een teken voor Christus.

Hoofdletter T betekent het kruis.

De Alpha en Omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet en betekenen dat God er altijd is, de eerste en de laatste (Op. 1:8).

 

Symbolische kleuren

Goud en purper zijn tekenen van Gods heerlijkheid (Op. 1:12v).

Rood is soms teken van overwinning door het bloed van Christus, maar ook wel teken van demonische machten (Op. 6:4; Op. 16:4).

Zwart is teken van boete en rouw (Op 6:5).

Wit is de kleur die vooruit wijst naar de overwinning van Gods koninkrijk. Dan zal het goud vervangen worden door wit (Op. 1:14 en 20:11).

 

Symbolische natuurverschijnselen

De regenboog is het teken van Gods verbond.

De (grote) zee betekent een anti-goddelijke (wereld)macht (Jes. 51:9v; Op. 13:1; Op. 21:1).

De wolk is teken van Gods aanwezigheid (Sinaï, wolkkolom, verheerlijking op de berg, Hemelvaart).

Andere natuurverschijnselen van Gods aanwezigheid zijn: storm, onweer, bliksem, vuur en aardbeving.

 

Symbolische voorwerpen

Steenhoop voor verbond en verdrag (Gen. 31:44,45).

Koperen slang betekent bescherming.

Kleren kunnen vuilrood of zwart zijn: de zonde; of lichtend: behorend tot Gods wereld.

Een kruis betekent dat Christus voor ons is gestorven.

Een kubus duidt de volkomenheid aan (Op. 21:16).

Een boek is de geschiedenis of ook wel teken voor de verkondiging (Op 10).

Fijn linnen staat voor de rechtvaardige daden der heiligen (Op. 19:8).

 

Symbolische handelingen

Besnijdenis is teken van het horen bij het verbond, evenals de doop.

Avondmaal is herinnering aan het werk van Christus en Zijn getuigenis.

Scheuren van de mantel is einde van het koningschap.

Opeten van een boek is de woorden tot je nemen (Op. 10:9).

Werpen van een molensteen is de symbolische val van Babel (Op. 18:21).

 

Symbolische dieren

Arend is dreigend gevaar (Deut. 28:49) maar ook behendigheid (2 Sam. 1:23) en zorg­zaamheid (Deut. 32:11).

Lam, leeuw en vis zijn tekenen voor Christus.

Lammeren, kudden en vissen zijn de mensen, de kerk.

Duif betekent de Geest van God.

Draak en slang zijn tegenstanders van God en zijn heilsplan.

Paard is aanduiding van geweld en onderdrukking (Op. 6:1-8).

Sprinkhanen zijn teken van komende gericht (Joël 1:4; Op. 9:3,7).

 

Symbolische aanduidingen voor Christus

Herder, lam, leeuw, vis, wijnstok, hoeksteen, fundament, licht, zon, kruis, brood, water enz.

 

Symbolische aanduidingen voor de gemeente

Schapen, lammeren, kudde, vissen, wijnranken, schip, kandelaars, sterren (Op. 1:16).

 

Tenslotte nog enkele symbolische beschrijvingen uit Openbaringen.

 

DE ZEVEN GEESTEN uit Op. 1:4 zijn een aanduiding voor de heilige Geest in zijn zevenvoudige werking.

 

DE TROON DES SATANS uit Op. 2:13 is de tempel van de Romeinse godin Roma en van de vergoddelijkte keizer Augustus in Pergamum.

 

DE RIVIER DE EUFRAAT in Op. 9:14 en 16:12 betekent de grens van het land die tenslotte niet meer in staat is om de verdervers tegen te houden.

 

SODOM EN EGYPTE in Op. 11:8 is het Jeruzalem zoals het ook beschreven in Ez. 16:46, het toonbeeld van verdorvenheid en heidendom.

 

DE VROUW in Op. 12:1 is het volk van God, maar sommigen zeggen dat het de Heili­ge Geest is. In Op. 17:3 is de vrouw de vijand van het volk van God: Rome.

 

DE BEESTEN uit Op. 13. Het eerste beest uit de zee is het Romeinse keizerrijk met als teken van geweld en onderdrukking keizer Nero. Het beest uit de aarde is de helper van dat Romeinse rijk. Het zijn de valse, Romeinse profeten die in Klein-Azië (waar de 7 gemeenten liggen) rondgaan om de mensen over te halen de Romeinse keizers als God te vereren. Het is de propaganda machine, zouden wij zeggen.

 

HET GETAL 666 in Op. 13:18 is keizer Nero. De Hebreeuwse letters stellen ook getallen voor. De letters voor “Keizer Nero” in het Hebreeuws opgeteld geven als uitkomst het getal 666.

 

HET GROTE BABYLON in Op. 14:8 en 17:5 (ook wel genoemd: de grote stad, of de grote hoer) is een schuilnaam voor de stad Rome (1 Petr. 5:13). In Openbaringen heeft het de betekenis die ook al in Jes. 13:1 wordt genoemd: het symbool voor de wereldse macht die God vijandig gezind is.

 

GODS OVERWINNING, die tenslotte alles omvattend zal zijn, wordt aangeduid door: paradijs, boom des levens, geen tweede dood, verborgen manna, witte steen met nieuwe naam, naam in het boek des levens, tempel van God, nieuwe Jeruzalem, zitten op de troon, nieuwe hemel en nieuwe aarde.

 

Het doel van al die symbolen is:

  • Angst voor vijanden en toch willen zeggen wat niet mag, dus geheimtaal voor ingewij­den.

  • Verstaanbaar zijn voor ingewijden.

  • Met woorden willen zeggen wat eigenlijk onbeschrijfelijk is

 

Hier zien wij twee symbolen.

Links de Fasces, de roedenbundel met bijl, symbool van het Romeinse gezag, gebaseerd op macht.

Hiervan komt het woord “fascisme”.

 

Rechts het lam, symbool van Christus.

 

Deze twee plaatjes symboliseren de inhoud van het boek Openbaringen: de macht van Christus tegenover de macht van Rome.

 

 

 

8. De profetie in de Bijbel en in de Openbaringen

Bij het woord profetie zijn we gewend te denken aan het voorspellen van de toekomst. Is dat eigenlijk wel juist? Was een profeet iemand die de toekomst voorspelde, een soort waarzegger?

 

Nee, waarzeggerij is nooit het doel van de profetie geweest. De profeten hebben zich juist fel verzet tegen het voorspellen van de toekomst, los van het verleden en het heden. Jesaja 47:13:

Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen; laten nu opstaan en u redden, zij die den hemel indelen, die de sterren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal”.

 

Het heeft ook helemaal geen zin om van tevoren te weten wat er zal gebeuren. Het zou ons òf zorgeloos maken (het is toch niet tegen te houden) òf angstig maken (voor wat onherroe­pelijk komt).

Het werk van de profeten is anders. Zij willen de mensen hun handelwijze laten veranderen, omdat dat voor de toekomst beter is.

 

Dat wij in een profeet een toekomstvoorspeller zien, ligt aan het woord zelf. Het woord profeet komt uit het Grieks en betekende o.a. waarzegger, voorspeller. Maar het Oude Testament, waar wij de profeten moeten zoeken, heeft een heel ander woord: Nabi. Dat betekent: iemand die roept of iemand die geroepen is. Dat is dus iemand die zich geroepen weet door (het woord van) God en die het niet voor zich kan houden. Hij moet het om zich heen vertellen, het van de daken roepen. Hij (of zij) heeft namelijk doorzien dat het niet goed gaat op het godsdienstige, sociale of politieke terrein. Daarom moet hij zijn stem verheffen, opdat het niet verkeerd afloopt in de toekomst.

De profeet maakt vanuit zijn visie op God het heden duidelijk en trekt vandaar uit lijnen naar de toekomst. Hij wil de toekomst niet onthullen, maar zijn eigen geschiedenis doorzichtig maken. Hij geeft evangelisch commentaar bij zijn tijd. Hij zegt de mensen waar het op staat.

Een pro­feet is dus geen waar­zegger, maar een waarheid-zegger of waarschuwer.

 

Bij de profeten is toekomstvoorspelling daarom géén doel in zichzelf, maar een middel om in­vloed uit te oefenen op de hoorders. “Als je van­daag dit of dat verkeerd doet, zal dat later verkeerd aflopen”. (Wie wind zaait, zal storm oogsten).

Deze verkondiging van de profeet heeft naar twee kanten een uitwerking. Het is een waar­schuwing voor degenen, die verkeerd handelen. Dat zal op den duur verkeerd aflopen, b.v. de keizer van Rome.

Aan de andere kant is het een troost voor degenen die door het wangedrag van de ander te lijden hebben. Op een keer zullen de rollen omgedraaid worden.

De profeet legt dus de toekomst niet vast maar maakt vanuit het heden de toekomst door­zichtig, met het doel dat de men­sen het gedrag veranderen en de toekomst beter zal zijn dan vandaag (vgl. Jona in Ninevé).

De profeet ziet er wel tegenop om te verkondi­gen, want zijn woord vindt meestal geen weer­klank. Het valt niet mee om de mensen de waar­heid te zeggen en te waar­schuwen. Maar hij kan het niet laten om te getuigen. Wie getuigt van de Heer, die krijgt met tegenstand te maken. De Naam van Christus be-lijden brengt lijden over ons heen. Dat is ook nu nog zo.

 

9. Een bijzondere Profetie: Het 1000-jarig rijk

In hoofdstuk 20 staan zes verzen die in de geschiedenis van de kerk veel stof hebben doen opwaaien: de beschrijving van het duizendjarig rijk. Mensen die profetie beschouwen als toekomstvoorspelling hebben hier hun hart kunnen ophalen.

 

Voor een deel van de oude kerk is dit duizendjarig rijk een belemmering geweest om het boek Openbaringen in de Bijbel op te nemen. Maar tenslotte is omstreeks 400 na Chr. ook dit boek door alle kerken aanvaard.

 

Het probleem was echter niet opgelost. Men bleef, tot aan onze tijd toe, verdeeld over de betekenis van het duizendjarig rijk. Deze verdeeldheid komt voort uit het zicht dat men op het hele boek Openbaringen (en op heel de Bijbel) heeft. Degenen die dit duizendjarig rijk zien als een periode in de geschiedenis hebben die periode steeds willen aanwijzen. Zij ontwikkelden een “leer over het duizendjarig rijk”, met een vreemd woord ook wel het “chiliasme” genoemd (chili = 1000 in het Grieks).

In dat Chiliasme zijn weer drie stromingen te onderscheiden:

 

  1. Een LETTERLIJK duizendjarig rijk.

Er zal twee keer een wederkomst van Christus plaatsvinden. Ook twee keer een opstan­ding. Eerst van alle gelovigen en daarna van alle mensen. Ook zal in die tijd Israël be­keerd worden en naar Palestina terugkeren. Er zal dan in Jeruzalem een echte, zichtbare troon van Christus zijn. Een vurig aanhanger van deze leer was Johannes de Heer.

 

  1. Een GEESTELIJK duizendjarig rijk.

De Geest van Christus zal gedurende duizend jaar op aarde heersen en alle verhoudingen bepalen.

 

  1. Een KERKELIJK duizendjarig rijk.

Het zal de tijd zijn dat de kerk op aarde is. Begonnen na de uitstorting van de Heilige Geest (of bij de bekering van Constantijn de Grote, 323 na Chr.) en eindigend bij de wederkomst van Christus.

 

Geen van deze “leren” doet recht aan de bedoeling van Johannes. Om een beetje te begrijpen waar Johannes het over heeft moeten we enkele dingen goed in het oog hou­den:

 

  1. Het boek Openbaringen is niet een beschrijving van de geschiedenis in een chronologi­sche volgorde (dat geldt trouwens voor de hele Bijbel). Het zijn een aantal visioenen die wel achter elkaar zijn geplaatst, maar die vaak hetzelfde willen vertellen en die alle betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, n.l. Christus is overwinnaar en dan kan het niet anders of dat zal steeds verder openbaar worden. Zo zelfs dat het Romeinse rijk, de grote vijand van de Christenen, te gronde zal gaan.

  2. Openbaringen leert geen andere dingen dan de rest van de Bijbel, en met name de Evangeliën. De bijbelse boodschap wordt echter betrokken op een bepaalde situatie en is gericht tot bepaalde mensen: de vervolgde Christenen. En net als alle andere bijbelge­deelten mogen wij die boodschap door­vertalen naar onze tijd en naar mensen die nu nog steeds vervolgd worden.

 

  1. Een heilsperiode voorafgaande aan de eindtijd is meer een Joodse dan een Christelijke leer. Nergens anders in de Bijbel komen wij zoiets als een tussenperiode tegen. Wel in veel Joodse geschriften.

  2. Het getal 1000 is niet letterlijk bedoeld. Het betekent: heel lang.

 

  1. In dit gedeelte over het duizendjarig rijk zijn door Johannes verschillende gedach­ten in elkaar gevoegd: Joodse apocalyptiek, Perzische getallenleer en indeling in perioden en Christelijke verwachting. Dat maakt het zo moeilijk om te begrijpen wat Johannes bedoelt.

 

Hoe moeten we dit duizendjarig rijk dan ver­staan?

In het visioen van het duizendjarig rijk wordt ons niet iets nieuws verteld, maar het is nog weer eens in andere woor­den het verhaal van de worsteling uit de vorige hoofd­stukken. De draak is over­wonnen, maar is nog wel in staat om te vervolgen. Of met andere woorden: met de verwachte val van Babylon (Rome) is het beest erachter (de draak, de duivel) wel verslagen, maar kan nog veel kwaad aanrichten. Met de verwachte val van Rome zal het openbaar worden dat de macht van God vér uitgaat boven de macht van Gods tegenstander. Die tegenstander is niet meer in staat om de komst van de nieu­we stad, Jeruzalem, op aarde tegen te houden. Al zal er nog steeds iets merkbaar zijn van de macht van de slang zolang het nieuwe Jeruzalem er nog niet is.

Wij moeten dit gedeelte over het duizendjarig rijk zien als een literair tussenstuk. Een af­sluitende samenvatting van wat in de hoofd­stukken er voor is verteld, met als hoogtepunt de verwachte, maar niet uitgeko­men val van de stad Rome. En tegelijk een overgang naar het visioen over de komst van het nieuwe Jeruzalem.

Dus geen (aanwijsbare) tussen­tijd in de geschiedenis maar een tussen hoofdstukje in het boek van Johannes

 

10. De betekenis van de Openbaringen, De verwachting van Johannes

Hoewel Johannes dus geen toekomstvoorspeller was, maakte hij wel door zijn verhalen het heden van de Christenen van zijn tijd doorzichtig en hij had ook wel verwachtingen van de toekomst. Vanaf hoofdstuk 16 gaat Johannes vertellen wat hij van de toekomst verwacht. Let wel: het is een verwachting, geen voorspelling van allerlei precies vastgelegde gebeurte­nissen in de toekomst.

 

Mensen hebben vaak ten on­rechte berekeningen gemaakt op grond van de gegevens uit Openbaringen. Joachiem van Fiore voorspelde het wereldein­de in 1260. Luther stelde het einde op 1558. Ook in onze tijd zijn er nog mensen die uit het boek Open­baringen het einde van de wereld menen te kunnen berekenen.

 

Maar Johannes schreef zijn boek in een tijd dat Christenen door de Romeinse staat verdrukt en gedood werden. Hij put dan troost uit het feit dat Jezus Heer is van de geschiedenis. De uiteindelijke overwinning zal voor Christus zijn en dan kan het niet anders of het Romeinse rijk zal een keer ophouden te bestaan. Er is immers in het verleden geen enkele wereldmacht ge­weest die altijd maar stand hield. Na een periode van macht en roem verzinken de wereld­machten weer.

 

Johannes gaat vanaf hoofdstuk 16 spreken over die verwachte verzinking van het Romeinse rijk. Dat zal gebeuren als het hart van dat rijk getroffen zal worden. Dat hart van het rijk was Rome met zijn keizers die voor zichzelf goddelijke eer opeisten. Johannes verwachtte dat heel spoedig Rome te gronde zou gaan. Een grote ramp zou de stad treffen. Die gedach­te was nog niet zo vreemd, want Johannes had al enkele van die rampen meegemaakt. In 64 na Chr. was een groot deel van Rome al door brand verwoest, waarschijnlijk aangestoken door keizer Nero. In 70 na Chr. was Jeruzalem met tempel en al door de Romeinen ver­woest. En in 79 na Chr. was er een enorme uitbarsting van de Vesuvius geweest zodat hele steden onder vuur en as waren bedolven: Pompeï en Herculanum. Dan is het nog maar een kleine stap om dit door te trekken naar Rome, het hart van alles wat tegen de Christenen is.

 

Maar zoals het vaak met de weersver­wachting gaat, zo ging het ook met de verwachting van Johannes: het is niet uitgekomen. Rome is niet plotseling verwoest en in vlammen opgegaan. Lang­zaam brok­kelde het Romeinse wereldrijk af. Het brak in twee stukken, in het Oos­ten met de hoofd­stad Con­stantinopel en in het Wes­ten met de hoofdstad Rome.

Het westelijke rijk hield het uit tot 476, toen werd de laatste keizer door een Germaanse vorst afgezet. Het oostelijke rijk hield het langer uit. In 1453 werd Con­stantinopel door de Turken veroverd.

 

De voltooiing van Gods ko­nink­rijk over hemel en aarde is niet precies gegaan zoals Johannes het ver­wacht had. Maar dat is niet vreemd, want ook bij de discipelen zien wij dat zij er soms anders over dachten dan Jezus. Maar wel staat voor Jo­hannes vast dat door Christus het koninkrijk van God er zal komen. Eenmaal zal God alles wegdoen wat er in de schepping niet thuis hoort.

 

Die zekerheid is niet alleen bij Johannes te vinden, maar die vinden wij door heel de Bijbel heen. Johannes sluit daar bij aan om steun te hebben voor zichzelf en voor de gemeenten in moeilijke tijden.

 

11. De betekenis van Openbaringen voor ons

Als wij zoeken naar de betekenis van het boek Openbaringen voor ons, is het goed om aan te sluiten bij de betekenis van het boek in de oorspronkelijke situatie. Daarbij ging het om de volgelingen van Christus die er niet mochten zijn van het Romeinse Rijk. Ze werden verdrukt, verbannen, gemarteld en gedood. Voor hen schrijft een zekere Johannes een troostrijk boek om deze volgelingen van Christus te bemoedigen. Hij laat in een soort droom, toneelstuk, schilderij zien dat de verdrukkers niet eindeloos door kunnen gaan en niet het laatste woord hebben. Christus zal het tenslotte winnen door het Romeinse Rijk te vernietigen.

De oorspronkelijke boodschap luidt daarom kortweg:

Het uithouden in verdrukking”.

 

Een tekst die daarbij aansluit is b.v. Openbaringen 13:10.

Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen

 

Geen toekomstvoorspelling dus, geen spoorboekje van de geschiedenis van de wereld of van de kerk. Enkel de hoop voor verdrukte mensen dat Christus tenslotte toch sterker zal zijn dan bedreigende machten die het land bezet houden.

 

Als wij van deze oorspronkelijke boodschap uitgaan zegt het boek Openbaringen ons het meest als wij in dezelfde situatie zijn als de Christenen van toen. Deze situatie doet zich op dit moment niet voor bij ons. Wij worden niet bezet door een vreemde mogendheid, wij worden niet vervolgd omdat we een volgeling van Christus zijn, ons leven wordt niet bedreigd door vijanden. Openbaringen is daarom eigenlijk geen boek dat ons op dit moment als volk, als kerk, als groep tot grote steun kan zijn, omdat wij niet in de situatie verkeren van mensen waar de boodschap van Johannes voor bedoeld is.

 

Dat was wel zo in de tijd van oorlogen en bezettingen, laatst in de 2e Wereldoorlog. Dat is ook zo voor andere volken op de aarde waar groepen worden uitgeroeid, landen zijn bezet door vreemde mogendheden, mensen hun geloof niet mogen belijden, fascistische dictators willekeurig met het leven van mensen omspringen.

In al die situaties helpen we de woorden van Gezang 286.

 

 

Geef aan de wereld vrede, Heer,

in deze donkre tijden:

de groten slaan de kleinen neer

en honen en bestrijden

wie uw vrederijk belijden.

 

Zie, Koning Jezus, hoe zij staan

gewapend tot de tanden

en offeren de volken aan

het vuur waarvan zij branden,  

red uw wereld uit hun handen!

En doe ons van een ander vuur

in gloed staan hier op aarde,

gelouterd,   dat wij in dit uur

de strijd voor 't rijk aanvaarden,

dat niet rust op 't scherp van zwaar­den.

 

Geef ons uw vrede in het hart

en liefde, Heer, voor allen

die door de groten zijn verward;

laat, waar hun leuzen schallen,

ons niet aan hun waan vervallen.

 

Uw rijk, Heer, komt en het is nu:

in 't onaantastbaar heden

van uw genade zien wij U

gegord met recht en rede

voor ons uit,   een Vorst van Vrede.

 

Als onze situatie van vrijheid, onze toekomst, niet voor­komt in de Openbaring van Johannes, wat hebben wij dan aan dit boek? Is het niet zo dat mensen die ziek zijn of in de rouw getroost kunnen worden door de laatste hoofdstukken? Vooral hoofdstuk 21, over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God alle tranen van de ogen zal afwissen, is een troostrijk stuk!

 

Dat mag! In zulke situaties kan het boek troost geven. Maar dat is geen andere troost dan de Bijbel op vele andere plaatsen ook geeft.

Openbaringen 21:3 komt uit Ezechiël 37:27-28 “Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de volken zullen weten, dat Ik, de Here, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat”.

En Openbaringen 21:4 komt uit Jesaja 25:8 Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen”.

Zonder het boek Openbaringen zouden we deze teksten gebruiken voor zulke troostrijke woorden.

 

Toch kan voor mensen de betekenis van Openbaringen zitten in zulke troostrijke woor­den in situaties van persoonlijk verdriet, pijn, rouw e.d. En op die momenten hoef je er niet bij stil te staan dat de troost eigenlijk gegeven is voor situaties van onderdrukking.

 

Verder is het goed het boek Openbaringen veel te lezen en de boodschap goed in je op te nemen, ook, en misschien wel vooral in tijden van vrede en voorspoed. Want er kan een tijd komen van oorlog en onderdrukking. Dan is er meestal geen tijd om het boek Openbaringen te gaan lezen en bestuderen maar is het een voordeel als we ons de bood­schap hebben eigen gemaakt om er in die situatie troost uit te putten.

 

Tenslotte helpt Open­baringen ons situa­ties van onderdrukking te doorzien in de wereld en om, gesteund door de boodschap van Johannes, onze krachten in te zetten voor de vrede in de wereld.

 

 

 

7 Zegels

Levensgrote ellende: 1/4 deel

door toedoen van mensen.

Dit is wat Johannes in zijn tijd meemaakte.

 

7 Bazuinen

Kolossale ellende: 1/3 deel

die God er tegenover zet.

Ze herinneren aan de plagen in Egypte.

 

7 Schalen

De climax: alles

Niet meer 1/4 of 1/3 deel,

maar alles wordt getroffen.

 

 

1

 

Openb. 6:1-2

Wit paard

De Parthen met hun paarden en ­boogschutters.

Oorlog treft 1/4 deel van de aarde.

 

Openb. 8:6-7

Hagel en vuur en bloed op de aarde

1/3 deel van de bomen en het gras verbrand.

 

Openb. 16:1

Schaal over de aarde

Gezwellen aan alle mensen die het beeld aanbaden.

 

 

2

 

Openb. 6:3-4

Rossig paard

Bloed als gevolg van de oorlog.

1/4 deel wordt getroffen.

 

Openb. 8:8-9

Berg in zee, zee wordt bloed

1/3 deel van de schepen en de bemanning vernietigd.

 

Openb. 16:4

De zee wordt bloed

Alle leven in de zee vernietigd.

 

 

3

 

Openb. 6:5-6

Zwart paard

De hongersnood als gevolg van de oorlog.

1/4 deel wordt getroffen.

 

Openb. 8:10-11

Vallende ster

1/3 deel van de rivieren wordt bitter, veel mensen komen om.

 

Openb. 16:5

De rivieren worden bloed als straf voor het vergieten van Chris­tenbloed.

 

 

4

 

Openb. 6:7-8

Vaal (of groenig) paard

De geweldadige dood als gevolg van oorlog.

1/4 deel wordt getroffen.

 

Openb. 8:12

Zon, maan en sterren verduisterd.

1/3 deel van het licht is weg.

Openb. 8:13 De adelaar met 3x wee.

 

Openb. 16:8

De zon getroffen, haar kracht versterkt.

De mensen worden verschroeid.

Ze lasteren God en bekeren zich niet.

 

 

5

 

Openb. 6:9-11

Zielen onder het altaar

Zij die gedood zijn omdat ze Christus plaatsen boven de keizer van Rome.

 

Openb. 9:1-12

Een ster (verderf-engel) opent de onderwereld

Demonen in sprinkhanengedaante.

Dat zijn de Romeinse legers (cavalerie).

Tevergeefs zoeken mensen de dood.

 

Openb. 16:10

De troon en het rijk van het Beest worden getroffen.

Egyptische duisternis.

De mensen zijn in groot lijden maar worden daardoor niet be­keerd, wel Godslasteringen.

 

 

6

 

Openb. 6:12-17

Aardbeving

De schepping kan het geweld niet meer aan

en stort in elkaar.

 

Openb. 9:12-21

4 wraak-engelen bij de Eufraat losgelaten.

De Parthen trekken op vanaf de grensrivier van het Romeinse rijk. Oordeel over de afgodendienst.

 

Openb. 16:12

De weg wordt vrijgemaakt voor de koningen van de Eufraat.

 

 

 

Pauze

 

Openb. 7

Verzegeling van de martelaren = getuigen

144.000 uit Israël

én een grote schare uit alle volken.

 

 

Openb. 10:1 - 11:14

a. Geopende boek, opdracht tot profeteren.

b. Elia en Mozes, de twee getuigen + wonderen.

Tegen hen voert het beest oorlog.

 

Openb. 16:13-16

3 onreine geesten uit de draak (drie-eenheid!)

Zij getuigen.

Zij doen wonderen en voeren oorlog. (Harmágedon)

 

7

 

Openb. 8:1-6

Stilte in de hemel

en inleiding op de 7 bazuinen

én de 7 bazuinen zelf.

 

Openb. 11:15-19

Stemmen in de hemel. Koningschap aan het Lam.

Aardbeving en hagel.

Inleiding op de 7 schalen, maar eerst 7 visioenen.

 

Openb. 16:17-21

Stemmen in de hemel.

De val van Babylon = Rome !! (dat het doel)

Aardbeving en hagel.